Bruges Marathon
Shizo Kanakuri was de eerste Japanner die meestreed in de Olympische marathon; Hij deed dit op de marathon van Stockholm tijdens de zomerspelen van 1912. Tijdens de bloedhete marathon gaf Shizo, ziek van de reis en verlekkerd op het lokale fruitsap, er na een uur de brui aan. Zonder iemand van de organisatie te verwittigen, nam hij de trein terug naar Japan. In 1967 reisde hij terug naar Stockholm om zijn marathon alsnog uit te lopen. Zijn tijd liep al die jaren gewoon door en daardoor komt het dat hij recordhouder is van de langste marathontijd aller tijden: 54 jaar, 8 maanden, 6 dagen, 5 uur, 32 minuten 20 seconden en 3 honderdsten. Puik werk, Shizo. Opvallend detail: in 1920 zou hij terugkeren naar Europa en in Antwerpen 16e worden.
Ik heb niet meteen de ambitie om een Olympische kwalificatie in de wacht te slepen als ik op Het Zand in Brugge sta te wachten op de start van mijn vierde marathon, maar onder de tijd van Shizo blijven zou toch moeten lukken. In een vak gepropt met enkele honderden marathonlopers en enkele duizenden halve marathonlopers, probeer ik de publieksopwarmer te negeren. Had Dante in zijn tijd al weet gehad van publieksopwarmers op sportevents, hij had vast ergens een cirkel van de hel gevonden met nog een beetje plaats.


Na drie kwartier bibberen in het startvak, het is oktober dus als de zon schijnt is het lekker warm, maar als er een wolk voor de zon schuift aan de frisse kant, is het eindelijk tijd om naar de start te schuifelen. Met duizenden tegelijk worden we losgelaten in de Zuidzandstraat, waar het op dit uur al wemelt van de toeschouwers en verdwaasde toeristen. De sfeer is opperbest, maar doordat iedereen tegelijk start -marathonlopers en halve marathonlopers- is het ook erg opletten waar ik mijn voeten zet en hoe ik voorbij steek. Als dat laatste me al lukt.
Ik heb een strategie, deze keer. Als ik me tot halfweg wat inhoud en dan wat sneller ga lopen, een negatieve split als het ware, dan zou die marathontijd van onder de vier uur een fluitje van een cent moeten zijn. Het enige probleem (op dit moment): doordat ik in een vak vertrokken ben waar niet alleen de iets tragere marathonlopers in gestart zijn, maar ook de traagste halve marathonlopers, zit ik regelmatig vast achter groepen gezellig keuvelende mensen die de hele breedte van de smalle straten in de Brugse binnenstad innemen. Daardoor haal ik zelden of nooit de tragere tussentijden die ik in gedachten had. Ik besluit om het niet aan mijn hart te laten komen en te genieten van de mooiste binnenstad ter wereld en wat aan sightseeing te doen.
Als we Brugge laten voor wat het is en langs de Damse vaart lopen, wordt de weg aangenaam breed. Er is ruimte om te lopen en voorbij te steken. Ik steek de pacers van de 4 uur 15 minuten voorbij en loop na tien kilometer Damme binnen met een goed gevoel. Ook hier is er veel volk opgedaagd en wordt er luid gejuichd.
Na Damme lopen we door de polders terug naar Brugge. Hier wordt duidelijk dat dit evenement misschien wat te groot geworden is voor de wegen waar het passeert. Kilometers lang slingeren de lopers over smalle polderbaantjes. Als er ook nog een ambulance moet passeren is de chaos compleet. Op dit moment heb ik er geen merkbaar nadeel van, maar al dat inhouden, slenteren en terug vertrekken kan zich later in de wedstrijd wel eens gaan wreken.
Aan de eerste brede weg kom ik Tuur en Elke tegen die me een tijdje volgen met de fiets. Als we terug in Brugge zijn, moeten ze een andere weg nemen en stort de loopmassa zich terug de smalle straatjes van de binnenstad in. Ik baan me een weg tussen duizenden andere lopers, waarvan het gros euforisch is omdat ze bijna een de finish zijn. De sfeer in de stad zit opperbest en aan de passage aan de Spiegelrei worden de marathonlopers gescheiden van de halve marathonlopers. Ik loop het straatje in naast het frietmuseum.
En plots ben ik alleen.
Geen supporters meer. Maar ook geen andere lopers meer. Ik moet me behelpen met de pijlen van de organisatie om de juiste weg te vinden. Gelukkig zie ik na enkele honderden meters opnieuw wat lopers voor me. Ik passeer een influencer die verveeld wacht tot de laatste loper voorbij is om de perfecte tiktak-shoot te maken en passeer het bord van de 23 kilometer op Het Zand. Het aantal lopers is flink uitgedund terwijl ik naar het station loop en daar in de buurt mijn flacons met elektrolyten wissel. Ik krijg het eerste dipje van de dag, maar gelukkig zijn Elke en Tuur daar om even naast me te fietsen en de wedstrijd een beetje te breken. Ik passeer nog enkele lopers op weg naar Sint-Michiels.


Ik vind een tweede adem en passeer de KSA van Sint-Michiels, die een geïmproviseerde bevoorrading in elkaar hebben gestoken. Ik weiger beleefd de aangeboden flesjes Stella en loop verder. Intussen begint mijn tempo wat in te zakken. Bij de volgende bevoorrading moet ik even wat meer tijd nemen om het tuc-koekje en het water door te slikken en geraak ik moeilijker op gang. Op kilometer 30 krijg ik last van dreigende krampen en moet ik nog wat vertragen. Ik krijg helemaal een mentale dreun als ik op kilometer 32 uit nieuwsgierigheid achterom kijk om te zien of ik de pacers van de 4:15u al zou zien komen en die me veel korter op de hielen zitten dan ik hoopte. Ik probeer nog even te versnellen, maar hou dit niet lang vol.
Terug in Brugge is het nog bijna 7 kilometer te gaan. Het is nu wel duidelijk dat ik de finish ga halen, alleen: in welke toestand? Mijn benen lijken op dit moment meerdere fysicawetten te tarten met hun zwaarte en van alle plekken krijg ik kramp in mijn rechterarm. Ik voel ook dat, als ik toch probeer te versnellen, mijn rechterbeen hetzelfde lot beschoren is. Op tweeënhalve kilometer van de streep moet ik tussen de molens van de Vesten zowaar, heel even, wandelen.
Na de allerslaatste bevoorraading, we zitten dan op kilometer 40,5, besluiten ook mijn darmen dat ze genoeg genegeerd zijn geweest. Terwijl ik nadenk over waar er een toilet zou kunnen zijn, gaat het even snel weer over en sta ik opeens opnieuw aan de Spiegelrei. Maar dan aan de overkant. Het besef dat ik binnen 500 meter opnieuw een medaille krijg omgehangen nestelt zich in mijn brein.
Een versnelling zit er niet meteen in als ik door de Vlamingstraat naar de Grote Markt loop, maar de euforie is er niet minder om. Ik steek mijn armen in de lucht en geef na de finishboog twee medewerkers tegelijkertijd een high five. Een tijd van 4 uur 19 minuten was het niet wat ik op voorhand voor ogen had, maar ik ben wel alweer gefinisht, wat mijn percentage op 100 procent houdt. En ik ben sneller dan Shizo, hetgeen mooi meegenomen is.
Nadat ik de medaille rond mijn nek laat draperen, wandel ik met Tuur en Elke terug naar de startplek, waar bij een Brugse Zot nadenk over de marathon. Ooit begonnen als een bucketlist-item, is het intussen uitgegroeid tot een manier van leven én denken. Waar vier is, moet vijf zijn. Alleen vraag ik me wel af of ik altijd zo diep moet gaan voor een beperkt resultaat. Maar zoals elke marathonloper wel weet: nadenken is je grootste vijand. In 2027 volgt er dus zeker nog eentje. En dat zal een speciale zijn. Maar nu eerst twee weken rust en daarna een winter krachttraining. Of het gaat helpen weet ik niet, maar kwaad zal het zeker niet kunnen.

2 gedachten over “Bruges Marathon”
Knap gedaan weeral ! En denk er eens over na om een boek te schrijven want dat gaat u ook lukken denk ik ! 😉
Knappe prestatie en alweer een mooie beleving en knap verwoord.
De locatie van je volgende deelname is mij wel bekend ssst – een goede voorbereiding doch nu eerst een korte herfstrust 👍